Vrijwilliger Maurits (81)

BLIJFT GELOVEN DAT HET ANDERS KAN

Van de homilie, infoavonden en huis-aan-huis-collectes, over vluchtelingenwerk in de Westhoek tot de oprichting van een eigen Welzijnsschakel waar hij voorzitter van werd. Maurits is van vele markten thuis én heeft een hart voor mensen. Als jong-gepensioneerd leraar werd Maurits al snel aangesproken om mee te werken in de parochie. Intussen is hij al meer dan 25 jaar actief voor Welzijnszorg.

“Ik ben kind van eenvoudige boeren. Ik groeide op in een klein boerderijtje met een viertal koeien. Mijn vader was tijdens de oorlog melkventer in het dorp. Regelmatig kwamen in die oorlogsjaren hongerige mensen boterhammen vragen. En die kregen ze van moeder, met milde en gulle hand. Al hadden mijn ouders het met zes kinderen zelf niet breed.” 

Ik heb van jongs af aan geleerd al wat je hebt te delen met anderen. 
Waar zouden we het recht halen meer voor onszelf op te eisen dan wat hoeft? 

“Ik kreeg een warme, christelijke opvoeding. Dus ja, ik engageer mij vooral vanuit mijn humane bewogenheid en geloofsovertuiging. Al ben ik helemaal niet het biddende type, ik hou van actie en ik wil er altijd zijn voor wie het nodig heeft.”

Maurits werkt uitsluitend samen met vrijwilligers, die wekelijks tijd vrijmaken voor de Welzijnsschakel. Een twaalftal sterk geëngageerden houden de boel draaiende. ‘Ongeveer twintig jaar geleden vergaderden we met een aantal organisaties in de regio van Diksmuide die met kansarmen werkten. We merkten dat we los van elkaar hetzelfde nastreefden. Daarom vonden we dat het tijd was om onze krachten te bundelen. En zo richtten wij onze overkoepelende Welzijnsschakel ’t Vlot op.’

Met diezelfde gedachte stapte Maurits een drietal jaar geleden naar het OCMW. ‘We hadden een grote voorraad kleding, maar geen stapelplaats of winkelpand. We vroegen of zij ons konden helpen om iets te huren. Niet veel later werd ons inloophuis De Klapstoel in Diksmuide opgericht. Een samenwerkingsproject tussen OCMW en vrijwilligers van ’t Vlot. Het werd een ontmoetingsplaats én winkeltje voor kinder- en zwangerschapskledij en babyartikelen. Een twintigtal mensen komen er op dinsdagnamiddag langs om een ‘klapke’ te doen. Zowel autochtonen als allochtonen, mensen met armoede-ervaring als andere buurtbewoners. Iedereen is welkom.’

Op zijn tachtigste verjaardag besloot hij de fakkel van het voorzitterschap door te geven. Of dat het einde van zijn actief vrijwilligerswerk betekent? Wat denk je?