Jeugdwerker Femke (25)

STRIJDT TEGEN TABOES

It don’t mean a thing if it ain’t got that bling? Toen ze Handel studeerde, spendeerde Femke veel aandacht aan haar imago. “Ik was een typische tiener. Soms was ik oppervlakkig bezig met het perfecte plaatje. Zeven jaar later is dat echter veranderd”, meent ze. “Door het armoedetraject in mijn opleiding orthopedagogie, maar nog meer door de kleine vzw waarin ik samenwerk met mensen die kansen gemist hebben en het met véél minder moeten stellen dan ikzelf. Ik leerde mezelf beter kennen.”

“Ik had nooit gedacht dat ik in deze sector zou belanden. Mijn eerste stage-ervaringen braken mijn rooskleurige wereldbeeld volledig open. Omdat ik zelf veel kansen in het leven had gekregen, ging ik ervan uit dat iedereen die sowieso kreeg. Dat bleek allesbehalve te kloppen. Een confronterende en onomkeerbare eye-opener. De ontmoetingen met de gezinnen in armoede waren een serieuze reality check.”

Sommige dingen zie je maar als je er ook écht oog voor hebt. 
Achter vele gevels schuilt een veel complexer verhaal dan je denkt. 

 

“Zelf kom ik uit een typisch West-Vlaams gezin”, gaat Femke verder. “Mijn ouders waren harde werkers, die met niets gestart zijn en voor elke cent hebben moeten blijven werken. Wie werkt, komt er wel: een beeld dat hardnekkig leeft onder de mensen, maar helaas niet opgaat voor iedereen.” Net tegen die vooroordelen wilde ze ten strijde trekken. 
“Mensen in armoede zoeken het niet zelf. Ze doen hard genoeg hun best. Ze zijn niet lui. Integendeel, veel jongeren zijn op hun 18e veel daadkrachtiger dan ik zelf was op die leeftijd. Het werd de trigger om me verder te verdiepen in de armoedeproblematiek. Het is een ontzettend complex verhaal dat ons morgen allemaal kan overkomen. Ik werd dankbaar om mijn eigen schone jeugd, maar ook vreselijk kwaad om de vele misverstanden en al dat onzichtbare onrecht.”

Vandaag is Femke fulltime jeugdwerker bij vzw T’Hope, Welzijnsschakel en vereniging waar armen het woord nemen. De jeugdwerking richt zich op maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren. Het motto? Yes I can! Ofte: JaKedoe, vrij vertaald. 
De jeugdwerking geeft jongeren erkenning en een nieuw netwerk. Een veilige experimenteerruimte die hen toch wat uit hun comfortzone haalt. Net omdat ze geen hulpverlening bieden is het laagdrempeliger voor jongeren om langs te komen. “Vaak zijn ze geschorst. Soms is onze werking de laatste plek waar ze terechtkunnen,” vult Femke aan.

Bruggen slaan en kloven tussen beide werelden bespreekbaar maken, blijkt het belangrijkste aspect in haar job. ‘Gezinnen in armoede en middenklassers kennen elkaar nauwelijks. Dat voedt vele vooroordelen. Ook vrijwilligers en sociaal werkers krijgen veel vooroordelen voorgeschoteld. Niet iedereen vat dat we zoveel meer doen dan ‘spelletjes spelen’. Zo heb ik maar werkzekerheid tot het einde van het jaar, omdat onze schijf van drie jaar subsidies dan op is. Het is bijna absurd dat we ons werk zo hard moeten blijven verdedigen om te kunnen blijven bestaan. Mijn vrijwilligerswerk is ook mijn werk, omdat ik geloof in wat we doen!’